
Speelgoedfabriek Sliedrecht voorheen J.Bremmer
(bron: familie-archief Sliedrecht)
1850-1875: Jan Bremmer
1850
Waddinxveen, dorp aan de Gouwe, een rivier met schoon water, het buitengebied van de stad Gouda. Het is dan ook niet zó vreemd dat daar molens stonden. Molens niet alleen voor de bemaling, maar ook molens voor de papierindustrie en later de houtverwerkende industrie. Aanvoer van hout en de afvoer van producten was dan ook geen probleem. Er was in die jaren geen elektriciteit voor verlichting, warmte en kracht. Zaagmolens en handkracht maakten van bomen balken en grote planken. Schaven, beitels en messen zorgden voor de verfijning.
Het zagen, snijden, vijlen, schuren en schilderen van het houten speelgoed was commercieel gezien bijzaak. Werk voor de stille momenten en een nuttige activiteit voor de wintermaanden.
Jan Bremmer, geboren in 1820 was aanvanklijk 'timmermansknegt' te Broek (Waddinxveen-Zuid). Hij richtte in 1850 zijn hout speelgoedmakerij op. Zijn timmerwerken waren gebruiksvoorwerpen voor de boerderij, het transport of thuis. De verkooplijnen waren in die tijd kort. Bremmer verkocht zijn nering rechtstreeks aan de boeren en andere ondernemers. Bij de aflevering viel het hem op dat de kinderen met 'miniaturen' de wereld van hun ouders naspeelden. Dat resulteerde in een groeiend aanbod van harkjes, scheppen, emmers, strijkplankjes en (boeren)wagens. Noem het speelgoed. De speelgoedfabriek groeide gestaag in aantal medewerkers maar ook door het uitbesteden aan thuiswerkers.
Houten speelgoed was in die tijd gemaakt van makkelijk snijbaar hout zoals essen, wilgen en populieren, zeg mar het klompenhout. Jan Bremmer koos als één van de eersten voor blank eikenhout. Een wat weerbarstiger, maar ook duurzamer houtsoort. Een keuze die wellicht bedoeld was om de concurrentie een stap voor te zijn. Beukenhout was in tijd wegwerphout: het kromp na droging wel 15% en trok scheef. Nee, pas bij de 'uitvinding van gestoomd beuken hout maakte dit houtsoort een opgang.
De zonen Cornelis en Daniel waren werkzaam in de speelgoed fabriek. Het duiden van het moment dat de bedrijfsleiding aan hen werd overgedragen is er niet. In een familiebedrijf gaat dat stapsgewijs. Als datum wordt 1875 aangehouden, maar dat is niet meer of minder dan een middeling van momenten.
1875-1910 Cornelis en Daniël Bremmer
1875
Jan Bremmer was bij de geboorte van zoon en beoogd opvolger Conelis (1854) vierendertig jaar oud . Moet worden gezegd: een vader op latere leeftijd. Echter veel Bremmers, zowel man als vouw passeerden de 80 jaar, een sterk geslacht dus. Drie jaar later (1857) wordt Daniël geboren. Beide zonen groeien op in de speelgoedmakerij en staan in de gemeente Broek geregistreerd als speelgoedmaker. Van de derde zoon Pieter, volgens de registratie houtdraaier, is niet bekend of hij ook bij de speelgoedfabriek betrokken was.
1881
In 1881 begon Daniël Bremmer in Waddinxveen Noord een eigen timmerbedrijf.
Cornelis huwt op latere leeftijd en het wachten is op een zoon. Een zoon waarmee volgens traditie de opvolging en continuïteit is veilig gesteld en daarmee de oude dag van Jan Bremmer (en zijn zonen). Maar dat moment blijft lang uit. Pas in 1907 als Jan Bremmer de tachtig ruimschoots is gepasseerd wordt kleinzoon Jan Bremmer geboren. Zoon Daniël was een ander lot beschoren. Na drie doodgeboren meisje en een vroeg overleden dochter werd in 1894 Marius Daniël geboren en een jaar later Jan Nicolaas. De kleinkinderen Bremmer staan nog lang niet klaar om hun vader op te volgen. Tegen deze achtergrond is het aannemelijk dat zij naar een andere toekomst voor beide bedrijven keken. Oprichter Jan Bremmer overlijdt in 1909.
1908
In of na 1908
verkocht Cornelis Bremmer de speelgoedfabriek aan de broers Willem Adrianus en Hendrik Willem Sliedrecht, twee mannen die zij kenden uit de streek en de Hervormde Kerk in Waddinxveen. In de twee daarop volgende jaren werd de overdracht voltooid.
Willem Adrianus Sliedrecht

de Gouwe met links de lorriebaan voor het transport van hout van een schip naar de fabriek
(bron: familie-archief Sliedrecht)

ontwerptekening van een melkkar (1917)
(bron: familie-archief Sliedrecht)
het bedrijfsterrein doorsneden door de St.Victorstraat
(bron: familie-archief Sliedrecht)


folder aluminium meubels
(bron: familie-archief Sliedrecht)

portret Willem Adrianus Sliedrecht
(bron: familie-archief Sliedrecht)
1800>>
Vader Pieter Sliedrecht verhuisde omstreeks 1860 van Boskoop naar IJsselmonde. Hij was timmerman van beroep. Samen met zijn vrouw Trijntje Hendrika de Jong hadden zij in Barendrecht café De Vergulden S én een gezin. Het was een een groot gezin van 18 kinderen waarvan sommigen vroeg overleden zijn. Willem Adrianus (1882) was één van zijn zonen. In IJsselmonde leerde hij de jonge Jannetje Staat (1892) kennen. Ook zij kwam uit een groot gezin. Zij was 18 jaar toen zij trouwden. Het is aannemelijk dat zij samen voor een toekomst buiten IJsselmonde kozen. Willem Adrianus zat in de handel, kende de speelgoedwereld en had familie in Waddinxveen en omstreken.
Hij leende geld van zijn oudere broer Gijsbert, succesvol boomkweker in Boskoop. Hij kocht samen met Hendrik Willem Sliedrecht, een ander oudere broer, in of na 1908 van Cornelis en Daniël Bremmer de gelijknamige speelgoedfabriek. In de daarop volgende jaren werd de overdracht van Bremmer aan Sliedrecht voltooid. Er was sprake van een rolverdeling: Willem Adrianus de zakenman en Hendrik Willem de ambachtsman. Kennelijk zat er sleet in de samenwerking: in 1922 stapte Hendrik Willem uit het bedrijf en vestigde zich als timmerman in Rotterdam. Pas in 1923 werd het bedrijf (verplicht) ingeschreven bij de regionale Kamer van Koophandel te Gouda.
1925
Omstreeks 1925 werd Waddinxveen aangesloten op het elektriciteitsnet van Gouda. Eerst de straatverlichting en industrie, later de woonhuizen. De industrie kon beschikken daarmee beschikken over kracht- en warmtebronnen (toen nog 110 Volt), zo ook de firma Sliedrecht. Willem Adrianus pakte deze verandering aan om een begin te maken met wat nu heet 'automatisering'. Daarvoor was een nieuwe hal nodig. Deze werd in 1930 opgeleverd. Trots liet Willem Adrianus in de gevel vastleggen: W.A. Sliedrecht v/h firma J. Bremmer, Eerste Waddinxveense Electr. Kinderspeelgoedfabriek, opgericht in 1850. Adres: Zuidkade 229
1940
Over de jaren voor en na de de Tweede Wereldoorlog is weinig bekend. De bezetter gaf de firma toestemming om op gezette tijden elektriciteit te gebruiken en machinaal klompen te vervaardigen. Wel elektriciteit en geen toezicht maakten het mogelijk om speelgoed te blijven maken, met daarbij de opmerking dat in de laatste oorlogsjaren speelgoed geen prioriteit had.
Probleem was wél de materiaalschaarste. Tijdens en na de oorlog waren staal en koper moeilijk verkrijgbaar.
1947
In dat jaar werd Willem Adrianus 65 jaar, maar iets als een AOW-bestond toen niet. Hij maakte zijn zonen Pieter (1914), Teunis (1922) en Gijsbert (1925) vertrouwd met alle aspecten van het werk en de bedrijfsvoering. Aldus ontstond een familie-bedrijf met daarbij de kanttekening dat in die tijd bij de opvolging de mannelijke lijn werd aangehouden. De talenten van de zonen Sliedrecht werden functioneel ingezet: Pieter, de verkoper, bezocht met een auto vol de speelgoedwinkels en de strandtenten. Teunis was operationeel directeur en Gijsbert richtte zich op het ontwerpen van speelgoed en het oplossen van technologische problemen.
1954
Waddinxveen doet grootschalige nieuwbouw aan de zuidkant. Met lichte tegenzin verkoop de firma Sliedrecht een strook grond gelegen tussen de Gouwe en de Ringvaart, dwars over het eigen terrein. De ontsluitingsweg wordt vernoemd naar de kerk en de wijk. De firma Sliedrecht heeft daarmee een royale achteringang en dat wordt tevens het postadres: St. Victorstraat 54.
1955
Zo midden in de jaren vijftig van de vorige eeuw braken de beste tien jaren van het bedrijf aan. De wederopbouw had Nederland welvaart, vrije tijd en recreatie gebracht. De firma Sliedrecht had met haar strandproducten zoals strandstoelen, emmers en schepjes al enig succes. Toen het eenmaal lukte om buizen van het nieuwe materiaal aluminium te buigen en te verbinden bracht de firma Sliedrecht een breed assortiment van strand,- kampeerartikelen op de markt. De gezondheid van Willem Adrianus liep eind jaren vijftig terug. Zijn drie zonen Pieter, Teunis en Gijsbert namen als team de leiding over. Een datum is niet bekend.
Pieter, Teunis en Gijsbert Sliedrecht

Pas middenin de jaren zestig nam importeur Hausemann & Hötte het inmiddels geëlektri-ficeerde Lego op in haar speelgoedboekjes.


Knotsen, hoepels en stokken voor de gymzaal en de iconische bridgetafel voor thuis en in de vereniging.
(bron: brochure Sliedrecht, familie-archief)
1958
Een Deens maker van houten speelgoed had als merknaam Lego. Hij experimen-teerde in 1948 met een harde, vormvaste kunststof te weten celluloseacetaat. Het werd een systeem van holle blokken met daarop noppen om vast te klikken blokjes. Niet erg stabiel. De naam?
Lego! Het grote succes bleef uit totdat in 1958 de plastic blokken aan de onderzijde buisjes kregen waarin de noppen pasten. Een jaar later was Lego in Nederland te koop. Het eerste Lego had in die tijd een slechte naam. De blokjes verkleurde door het daglicht, droogden uit en brokkelden af. In 1963 werd de overstap gemaakt naar ABS, de ideale kunststof: geen krimp, kleurvast, geen brosse breuken. Het lijkt onbelangrijk, maar toch: Lego kwam met bijpassende autootjes op stalen wieltjes, waardoor ook de niet-bouwers lekker konden spelen. Dít Lego veroverde in rap tempo Europa en Amerika, gevolgd door de rest van de wereld. En hoe keek men in Nederland naar Lego? De grote speelgoedketens en warenhuizen voelden het succes van Lego aankomen en namen Lego met vertraging op in hun vijf december-boekjes.
De net aangetreden nieuwe directie volgde sceptisch deze ontwikkelingen. Er was een kritische houding in combinatie met overtuiging dat beukenhouten producten voor thuis en op school én de aluminium meubels voor de recreatie voldoende waarborg waren voor de continuïteit van het bedrijf. Maar dat liep anders.
Duitsland had na de Tweede wereldoorlog nog steeds een sterke metaalindustrie. Het was verboden om wapens en vliegtuigen te maken. Maar ach, meubels voor de recreatie, daar was geen toestemming voor nodig. De firma Sliedrecht had geen antwoord op deze toestroom van efficiënt geproduceerde meubels en zag haar aandeel teruglopen. De Oostbloklanden produceerden tegen lage kosten ongemerkt houten speelgoed. Inkopen was goedkoper dan maken. En uit de Aziatische landen kwam een tsunami aan blikken speelgoed naar Europa. Alle Nederlandse fabrikanten van speelgoed werden veelzijdig ingesloten en dát nog los van de computer en games. En Sliedrecht dan?
Ja, het bedrijf had succes met een scala aan producten. De scholen konden bij hen terecht voor knotsen, hoepels, stokken, banken en klimrekken. Het verenigingsleven kon bij hen terecht voor biljarttafels, keus en de vierkante bridgetafels. En voor de thuismarkt was er zo mogelijk nog meer: sjoelbakken, kegels, ringen, sleden, bolderwagens, schoolborden. kindermeubels, blokkendozen, stelten en strandstoelen. Afkeurend en aanmatigend werd gesproken over dumpprijzen, namaakspeelgoed uit de Oostbloklanden, over plastic speelgoed uit de Aziatische landen en over geëlektrificeerd en later gedigitaliseerd speelgoed. Niet uitgesproken maar toch iets van "geef ons maar beukenhout".
de eerste doos van het E10-Wegensysteem

de eerste doos van het Europoort Havensysteem


nablussen van de grote brand (1963)
(bron: familie-archief Sliedrecht)
1961
De oprichter Willem Adrianus Sliedrecht overlijdt. Zijn drie zonen Pieter, Teunis en Gijsbert vormen vanaf dat moment het directieteam. De speelgoedfabriek is en blijft een vennootschap onder firma.
1963
Februari 1963. In het magazijn breekt brand uit. Hout, inpakmaterialen en voorraden verpakt speelgoed gaan in vlammen op. De bedrijfsschade is groot maar te overzien. Erger is dat de bovenliggende kantoren met het archief van alle ontwerptekeningen, alle foto's én alle vitrines met pakhuizen en koetsen, zeg maar het hart van het familiebedrijf in de vlammen is opgegaan. Het verdriet en de ontluistering zijn groot. De productiehallen en de machines kon worden behouden. De bedrijfsvoering kon snel worden hervat en de directie zag in dit moment ook de kans herbouw en uitbreiding te combineren. Bij de wederopbouw van de collectie worden kopers worden opgespoord om de verkochte modellen te fotograferen, tot in detail na te meten en weer te maken.
Veel aandacht, energie en middelen gaan uit naar herstel en nieuwbouw opdat alles weer verder kon gaan. Maar met de wijsheid achteraf was dit hét moment om juist niet vast te houden aan het verleden maar een stap naar voren te maken. Nieuwe houten speelgoed? Ja, waarom niet? Nieuwe producten? Kan ook, maar wat dan? Gelet op de nog steeds groeiende recreatiemarkt en de kerncompetentie van het bedrijf had dit een typisch Nederlands product kunnen zijn: de caravan bijvoorbeeld. Maar zo is het niet gegaan. De gedachten gaan uit naar speelgoed en om de winstgevendheid veilig te stellen worden slecht verkopende artikel langzaam maar zeker uit het assortiment gehaald.
1971
Productontwikkelaar Jaap de Jong en Gijsbert Sliedrecht ontwikkelen nieuw houten speelgoed: het E10-Wegensysteem. Het zijn beukenhouten rijstroken met inbegrip van bruggen, viaducten en een tankstation die simpel aan elkaar gehaakt kunnen worden. Net iets te klein voor DINKTtoys, maar ook weer wat te groot voor Matchboxes. In 1972 komen de eerste dozen op de markt.
Meer informatie over het E10-Wegensysteem is te vinden onder de button aan het einde van deze pagina.
1972
Als uitloper van het E10-Wegensyteem wordt het Europoort Havensysteem geïntroduceerd. Het betreft een pakhuis, een steiger met een kraan, verschillende bruggen, een portaalkraan en een veerpont. De haaktechniek en de schaal van het E10-Wegensysteem is hierin terug te vinden. De pers en de vkjury zijn lovend over dit concept. Meer informatie over het Europoort Havensysteem is te vinden onder de button aan het einde van deze pagina.

blussen van de houtmotsilo
(bron: familie-archief Sliedrecht)

folder Bouwbedrijf Delta (1974)

ZKH Prins Bernard op werkbezoek
(bron: Martin Droog GC/AD)
1973
September 1973. Als Pieter en Teunis op zondag voorafgaand aan het kerkbezoek nog even door de fabriekshal lopen, ruiken zij een brandlucht. In de silo waarin houtmot, zaagsel en houtkrullen ten behoeve van de bedrijfsverwarming worden opgeslagen, is broei ontstaan. Gevaar dreigt. Als deze bunker van wel duizend kubieke meter explodeert, dán komen het bedrijf en de omliggende omgeving gevaar. In overleg met de brandweerkorpsen van Waddinxveen en Gouda wordt eerst getracht de toevoer van zuurstof te verhinderen. Door alle gaten af te dichten zou de broei moeten smoren en doven. Het werkt niet. Van boven af wordt vervolgens water in de silo gespoten. Ook dat is niet zonder gevaar want de bunker is niet gebouwd als een rechtopstaand zwembad. Dit gaat wél goed. Het bedrijf is gered. De silo wordt niet herbouwd. De firma Sliedrecht gaat voor de verwarming over op aardgas.
1974
Terwijl de verkoop van het E10-Wegensysteem én Europoort Havensysteem toch wat tegenvalt, wordt nog een product in de markt gezet:
Bouwbedrijf Delta. Een serie van zes grote houten modellen, fraaie lijnen, zeg maar design voor in de zandbak. De modellen zijn duur, het is elite speelgoed. Snel wordt de stekker eruit gehaald. Meer informatie over Bouwbedrijf Delta is te vinden onder de button aan het einde van deze pagina. Bij elkaar drie tegenvallers. Toch lukt het de directie om Prins Bernard in 1974 bij zijn werkbezoek aan Waddinxveen te interesseren voor het Hollandse houten speelgoed.
Dit jaar 1974 is om een andere reden ook van belang. Zonder daar ruchtbaarheid aan te geven en ook buiten medeweten van het personeel wordt Sliedrecht Sliedrecht BV omgezet in een drietal BV's te weten Sliedrecht Beheer BV, Sliedrecht Vastgoed BV en Sliedrecht Speelgoed BV. Deze laatste BV zou met importeren, zelf maken en zelf verkopen de cash-generator moeten zijn.
Teunis en Gijsbert Sliedrecht

in memoriam uit Speelgoed+ Hobby 1977

Frank Hornby bedacht in 1901 de metalen constructie-bouwdoos. In 1908 liet hij de naam Meccano vastleggen.
In 1978 sloot Meccano Ltd. in Liverpool haar deuren.
1976
Pieter Sliedrecht wordt op kantoor onwel en overlijdt. De consternatie is groot.
Met zijn overlijden verliest het bedrijf een directeur. Dat niet alleen: Pieter was het gezicht van het bedrijf Sliedrecht bij de groothandel, de speelgoedwinkels, de strand-paviljoens, kortom bij het netwerk.
De financiële situatie wordt complexer. Naast de weduwe van Willem Adrianus zijn nu ook de vrouw van Pieter en hun kinderen rechthebbende. Daarin is niet voorzien. Met twee directeuren doorgaan is te overzien. Maar om aan alle financiële, fiscale en juridische verplichtingen te voldoen én het bedrijf op de been te houden, moet er worden gereorganiseerd. Daarnaast moet er een herschikking van de middelen komen. De financiering van deze 'verandering' komt bij de AMRO-bank te liggen. Al met al eindigen de jaren zeventig van de vorige eeuw in mineur. Het besef dat er wat in en met het bedrijf Sliedrecht Speelgoed BV moet gebeuren is aanwezig. Maar wat?
1978
Plastic speelgoed uit Denemarken, Amerika en Azië domineren de Europese speelgoedmarkten. Uitzondering hierop is de modelbouw van treinen, vliegtuigen en boten. In de loop der jaren zijn alle Nederlandse fabrikanten van houten speelgoed (ADO, Nooitgedagt, Okkerse/OKWA, SIO, Simplex, etc. omgevallen. Homas en Jumbo gaan afgeslankt verder.
Na jaren van zelf speelgoed maken (DINKYtoys, Hornby treinen en Meccano) én het opkopen van kleinere fabrieken (Bayko, Mogul, Scalextric, Triang, etc) komt Meccano Ltd. in de problemen. De verkoop loopt terug, de voorraden nemen toe, het personeel staakt maanden. Er is geen weg terug: Meccano Ltd. gaat failliet. De voorraden worden opgekocht, merknamen, patenten en rechten gaan de hele wereld over. Sommige bedrijfsonderdelen zoals Meccano France (in Calais) gaan op eigen kracht verder. Toch wel een reden voor Sliedrecht-Speelgoed BV om de koers te verleggen.
1979
De bedrijfsresultaten lopen terug. Er is geen zicht op snelle verbetering. De directie en de accountant gaan met elkaar in gesprek. Op voorspraak van de accountant komt er een team met een vertegenwoordiger van de amro-bank, de overheid (Rijksnijverheidsdienst) en de directie van Sliedrecht Speelgoed BV. Het uitgangspunt voor het herstelplpan is dat door verbetering, innovatie en diversificatie het bedrijf weer gezond moet worden. Het team werkt systematisch door aan het herstelplan, een plan waarbij de financiering en de (re)organisatie centraal staan. Een punt van aandacht daarbij is het verjongen van de directie.


Door de hitte van de brand is de stalen constructie bezweken en over de machines gezakt. Daarmee zijn de machines onklaar geraakt. Herstel is onmogelijk.
(bron: familie-archief Sliedrecht)
Eén doos voor vier verschillende modellen.
Het blijft puzzelen bij Sliedrecht.
1981
Februari 1981. De brand in de metaalafdeling brengt het bedrijf weer schade toe. Door oververhitting van de epoxymachine heeft de omgeving van de machine vlam gevat. Door de enorme hitte zijn machines deels gesmolten en mallen verloren gegaan. Snelle herbouw en doorstart zit er dan ook niet in. Door het uitbesteden van werk blijft de verkoop op gang, maar het uitbesteden verhoogt de kosten.
De directie leden Teunis en Gijsbert Sliedrecht worden moedeloos en zoeken naar een uitweg, of beter gezegd naar een toekomst voor het wankelde bedrijf. Bovendien is het alleszins redelijk om in het familiebedrijf plaats te maken voor de volgende generatie. Willem (in Canada Bill geheten) komt daar niet voor terug. Het voornemen om het bedrijf op termijn overgedragen Wim en Peter Sliedrecht, de twee zonen van Teunis wordt naar voren gehaald.
De verbeterde, meer moderne versie van het E10-wegensysteem wordt 'target' om internationaal door te breken en de omzet op te krikken. Door de samen-werking met Authentic Shipmodels (Amsterdam) kan Sliedrecht Speelgoed BV snel op de markt komen met een serie van vier houten schepen.

De botter uit deze serie wordt bekroond tot speelgoed van het jaar (voor de oudere jeugd). Nieuwe producten voor nieuwe markten zijn er nog niet.
Wel is er een nieuwe en ook vertrouwde bedrijfsnaam: Sliedrecht BV.
Dit om de negatieve connotatie met de kinderwereld te doorbreken.
1982-1983 Wim en Peter Sliedrecht


de vernieuwde E-10 doos met een internationale en wat meer eigentijdse uitstraling
in de regionale kranten van begin 1982 is volop aandacht voor de directiewisseling
1982:
In 1982 nemen Peter en Wim Sliedrecht, twee zonen van Teunis Sliedrecht, met instemming van de bank versneld de directie over. De jonge directeuren hebben als mentor, coach Jaap de Jong. De Jong startte op zestienjarige leeftijd als jongste bediende, heeft verschillende functies binnen het bedrijf gehad, kende het bedrijf van binnenuit en trad op als operationeel directeur. Hij was in staat de lijnen uit te zetten. In collegiaal overleg met Wim en Peter begonnen zij gedrieën aan de redding van Sliedrecht. Het bedrijf als geheel miste echter één competentie namelijk die van financieel analist, een man of vrouw met gevoel bij speelgoed maar die óók kijkt naar de koopkracht van de markt enerzijds en alle bedrijfscijfers anderzijds.
In de loop der jaren was de fabriek met de machines in eigendom overgegaan naar de bank, liepen de productiekosten op, verdwenen vaste afnemers en bleek de focus 'het betere houten speelgoed' niet realistisch. De omzet liep terug, winst werd verlies, het eigen vermogen verdampte als ochtendmist.
De directie spande zich in om het bedrijf onder te brengen bij Lundby of Sweden. Dat ketste af. Het niet verlengen van arbeidscontracten en arbeidstijdverkorting begon de afdaling naar slechts negen medewerkers. De presentatie van het vernieuwde E10-Wegensyteem op de internationale speelgoedbeurs van 1983 te Nürnberg werd gehaald, maar er is geen tijd voor groei, laat staan voor wasdom.

1984
Uit de jaarcijfers 1983 komt naar voren dat de verkoop bij stijgende lasten toch weer tegenvalt. Hoewel dit binnen de marges van het herstelplan valt, is dit voor de amro-bank reden om eind februari per brief mede te delen dat zij het krediet per direct intrekt. De partij die door garantstelling van de overheid het minste risico loopt, haakt onvoorzien af. Er wordt een datum genoemd waarop de schuld moet zijn afgelost. Echter, de financiële middelen zijn uitgeput. Dan resteert de keuze de schulden laten oplopen of stoppen. Op 3 maart 1984 wordt het faillissement aangevraagd. Curator Hoedemaker en Veilinghuis Troostwijk doen de laatste handeling: de sluiting van Sliedrecht BV.
In het Weekblad voor Waddinxveen van 14 maart 1984 staat op de voorpagina een kort bericht: "Wegens omstandigheden gesloten".

Onbekende garage met Sliedrecht-achtige rijstroken en tankstation. Een prototype?
(bron: familie-archief Sliedrecht)
2026
In februari komt Lego met de langverwachte smart brick op de markt. Het is de bekende bouwsteen met 2 rijen van 4 noppen. Daarin een microcomputer en sensoren en actuatoren. De nimmer saaie poppetjes kunnen nu tijdens het spel de bijpassende geluiden maken.
Het mooie, warme beukenhout is definitief het speelgoed voor de pasgeborenen. Kunststof en digitale techniek zijn voor de rest van het leven. Het speelgoed van Sliedrecht BV was mooi, het is verleden tijd. Nog steeds duikt er speelgoed op met die ene vraag: is dit ook van Sliedrecht BV?
*****
Meer zien en weten?
Het uitgebreide verhaal over de familie en de speelgoedfabriek Sliedrecht staat in pdf-formaat onder de oranje button hieronder. De andere buttons geven verdieping aan het E10-Wegensysteem, het Europoort Havensysteen, Bouwbedrijf Delta, de dozen en de bijsluiters.
Achter de Catalogus-button zit een groot pdf-bestand met een nauwgezette beschrijving van de afzonderlijke rijstroken en modellen.
Elk commentaar, correctie of aanvulling hierop is welkom.
Zien, weten, zoeken en vinden
Een website is om te kijken, om te bladeren, om te lezen en uit te zoeken wat leuk of nuttig is. Welnu, daartoe heeft deze website vijf zogenaamde pagina's. Ze staan in de bovenste balk van deze site. Hieronder staan zes buttons/knoppen. Met één klik van de muis wordt een pdf-bestand geopend met meer verhaal of met specifieke informatie. Bij elkaar meer dan 125 A4-tjes die gelezen en geprint kunnen worden. Zolang de website onderhouden wordt, zullen tekst en beeld wijzigen.
